Ik check mijn oksels op zweetvlekken. Valt mee. Nog één keer lach ik naar de altijd chagrijnige secretaresse en dan loop ik de lange gang in, richting collegezaal 0.49. Daar waar drie jaar geleden mijn journalistiekopleiding begon en waar er hopelijk vandaag een einde aan komt. Gesnik klinkt door de gang. Celina komt huilend van de andere kant aanlopen, ondersteund door een jongeman van wie ik vermoed dat het haar vriend is. Het lijkt me overbodig te vragen of ze haar bachelortoets heeft gehaald… Erg bemoedigend is deze ontmoeting niet. Ik voel hoe de zweetvlekken groter worden. Officieel heb ik nog tien minuten pauze. Meneer studieleider en de andere drie professoren hebben natuurlijk ook hun koffiepauze nodig. Ik gluur om het hoekje van de zaal. „Kom binnen, Herr Wielbrink”, wenkt Herr H.M. Fischer joviaal. Die “H” staat voor Heinz, zo veel weten we. Waar die “M” voor staat, is een raadsel voor alle studenten. We gokken dat “Media” zijn tweede naam is. „Hoe ging het tot nu toe?” vraag ik. Ten eerste ben ik benieuwd of Celina de enige was die een traan heeft gelaten, en ten tweede wil ik mezelf ervan overtuigen dat het gewone mensen zijn die ook smalltalk kunnen voeren, voordat ze me straks met hun vragen mijn bachelortitel ontnemen. „Voor sommigen beter dan voor anderen”, antwoordt Herr Heinz mysterieus. „U krijgt de hartelijke groeten van Gunnar”, zeg ik tegen professor Wassermann, doelend op iemand uit de kerk die hetzelfde heeft gestudeerd als ik en destijds goed met hem kon opschieten. Hij bedankt vriendelijk, maar ik krijg niet de indruk dat hij zijn vragen nu gaat aanpassen. „Wilt u alvast beginnen? Wij hebben onze koffie al.” In de wetenschap dat er in de laatste paar minuten toch niets meer verandert aan mijn kennis, stem ik toe. Ik begin mijn scriptie te presenteren, met de titel _Gesellschaft der Ambiguitäten_. Wat dat precies betekent, heb ik zelfs na honderd pagina’s schrijven nog niet volledig begrepen, maar het komt erop neer dat veel belangrijke thema’s in de maatschappij op meerdere manieren geïnterpreteerd kunnen worden – en dat die interpretaties gevolgen hebben voor ons denken en handelen. :::author_streamer 1::: Het gaat goed; ik ken de tekst volledig uit mijn hoofd. Tabea trouwens ook, want mijn vriendin was de afgelopen dagen mijn publiek, samen met een paar knuffels. De presentatie geeft me zelfvertrouwen. Dit deel is wel geslaagd, denk ik. De vragenronde verloopt wat moeilijker. Mijn Duits laat me compleet in de steek, zoals wel vaker in stresssituaties. Enorm dankbaar ben ik wanneer Herr Wassermann – de beruchtste toetser van het journalistiekinstituut – me een erg moeilijke vraag stelt die ik gelukkig wél heel goed kan beantwoorden. Na drie kwartier vooral veel hakkelen, stamelen en stotteren is de tijd om. „Wilt u even naar buiten gaan?” vraagt Herr Fischer. Buiten loop ik rondjes. Wat een zenuwslopend gedoe. Minuten die uren lijken te duren, gaan voorbij, voordat ik weer naar binnen word geroepen. Heinz draait er niet omheen. „Ik mag u feliciteren. U hebt het niet alleen gehaald, zelfs cum laude. Gratuliere!” Glunderend verlaat ik even later de collegezaal. Voor de laatste keer.