Salomo vertelt hoe we wetenschap kunnen ontvangen. Met ”wetenschap” bedoelt de Bijbel: kennis die we opdoen in de praktijk van het leven en die ons wijsheid geeft voor die levenspraktijk. Het gaat hierbij over die kennis die bij de wereld niet in tel is, namelijk die ons de vraag leert stellen: wat wil God dat ik doen zal? Deze vraag is van het grootste gewicht. Stellen wij deze vraag niet, dan gaan we als dwazen over de aarde en kiezen we steeds de verkeerde weg – die Jezus betitelt als ”de brede weg die naar het verderf leidt”. Is er echter een verlangen gekomen om ons te schikken naar Gods wil, dan gaan we onze oren aan het werk zetten. Salomo zegt: het oor der wijzen zoekt wetenschap. We gaan dan met aandacht letten op de verkondiging van Gods Woord. Het verouderde woordje ”bekomt” betekent bijna hetzelfde als ”krijgt” of ”ontvangt”, maar er zit iets bij. Het Hebreeuwse woord dat hier in de grondtekst gebruikt wordt, betekent: ”verwerven, kopen”. Dat houdt dus in dat we er wat voor over moeten hebben. De wetenschap komt ons –zogezegd– niet aanwaaien. We moeten haar kopen, ons best ervoor doen. Ze is een gave van God, die we slechts uit genáde krijgen, zonder enige verdienste van onze kant. Toch zegt de Bijbel: koop de waarheid. En wie is zo verstandig? Het Hebreeuwse woord voor ”de verstandige” in deze tekst betekent: ”iemand die onderscheid maakt, iemand die goed opmerkt”. Dus diegene slikt niet, zonder onderscheid, alles wat hem wordt gezegd voor zoete koek, maar hij let goed op en luistert met onderscheid. Dit betekent: hij ijkt alles zoals Psalm 119 zegt: Waarmee zullen we ons pad zuiver houden? Als wij het houden in overeenstemming met Gods Woord.