„Op dit moment studeer ik rechtsgeleerdheid in Leiden. Ik zit in het laatste jaar van mijn bachelor en ben bezig met mijn scriptie _over de weerbare democratie en het partijverbod._ Hierna wil ik de master staats- en bestuursrecht gaan doen en mogelijk ook de master Encyclopedie van de Rechtswetenschap. Dit zijn beide eenjarige masters, maar ik zal ze spreiden over twee jaar, omdat ik tegelijkertijd een bestuursfunctie vervul binnen studentenvereniging Panoplia, onderdeel van de C.S.F.R.. Na het gymnasium in Gouda heb ik voor rechtsgeleerdheid gekozen, omdat ik houd van onderzoeken en doordenken. Het leuke aan mijn studie vind ik zowel het taalkundige aspect als het analytisch en stapsgewijs denken. Ik vind het onwijs interessant om te bedenken dat alles in mijn studie met de maatschappij te maken heeft. Het recht omvat zo veel terreinen. Recht gaat zelfs over dingen in het dagelijks leven waaraan je niet meteen denkt. Juridische kennis is overal bij nodig, van parfum maken tot een bedrijf opbouwen. Na mijn studie kan ik er alle kanten mee op. Vooral de manier waarop de staat is ingericht vind ik boeiend. Hoe is onze regering opgedeeld, hoe is dat in andere landen en waarom is dit zo ontwikkeld? Ik houd van het vak bestuursrecht. De theorie van het vak bestuursrecht is daarentegen vrij saai, maar de praktijk is weer heel gaaf. Je bevindt je als bestuursrechtjurist tussen overheid en burger. Om alvast wat ervaring op te doen in mijn vak heb ik momenteel een bijbaantje bij een van de vier hoogste bestuursrechters. Dat is een mooie kans, zeker omdat stagelopen op de universiteit geen onderdeel is van het curriculum. De meeste medestudenten hebben een bijbaantje in de horeca; dat heb ik zelf ook vier jaar gehad. Toen deze vacature vrijkwam, heb ik meteen gesolliciteerd. Er waren veel belangstellenden; ik ben dankbaar dat ik werd uitgekozen. Nu ben ik twaalf uur per week zittingsgriffier voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Dat houdt in dat ik meega naar zittingen om die te notuleren. Ik type mee met alles wat de rechters zeggen en werk mijn zittingsaantekeningen vervolgens uit. Ook neem ik altijd opnameapparatuur mee, zodat ik de zitting terug kan luisteren. Het spreektempo ligt soms hoog. Dan schrijf ik bijvoorbeeld op dat ik minuut vijftig nog even moet terugluisteren om te horen welk wetsartikel er genoemd werd. Ik mag ook mee naar de raadskamer; de plek waar de rechters hun beslissing nemen. Ik maak ook van die bijeenkomst een verslag, maar alleen als de rechters dat willen. Dat is met name zo als er sprake is van een uitgebreide, lastige zaak. Meestal is dit echter niet zo. Ik vind mijn bijbaan supervet. Daar komt het recht tot leven en zie je hoe de wet in de praktijk toegepast wordt. Op papier lijkt alles relatief eenvoudig en zwart-wit, maar in de praktijk is het recht regelmatig heel lastig. Altijd weer komen er nieuwe dingen naar boven. Wanneer maak je bijvoorbeeld een uitzondering op een regel en wat zijn de grenzen daaraan? Dat vind ik uitdagend.” ## Gedisciplineerd „Of ik ambitieus ben? Dat wordt wel over mij gezegd. Zelf vind ik het meevallen. Ik haal graag hoge cijfers, maar werk daarvoor heel hard. Voor een tentamenweek leer ik gerust van acht uur ’s morgens tot één uur ’s nachts. Vooral omdat ik gemotiveerd en gedisciplineerd ben. Zo zit ik gewoon in elkaar. Mijn ouders hebben nooit gezegd dat ik hogere cijfers moet halen, eerder dat ik een keer moet stoppen met leren. Het is mijn natuur om m’n best te willen doen; dat had ik als kind al. Ik ben niet snel tevreden met een zeven. Aan het einde van de basisschool kreeg ik als advies havo-vmbo, omdat ik slecht was in rekenen. Maar theorie leren kan ik goed. Na veel getouwtrek mocht ik toch het gymnasium gaan doen. Toen wilde ik ook graag laten zien dat ik het kon. :::author_streamer 1::: Dat ik ervoor kies om naast mijn studie een bijbaan en een bestuursfunctie te hebben, is dan ook niet uit ambitie, maar omdat ik het waardevol vind en je er veel van leert. Beide zijn een unieke kans, en heel leuk. :::photo_gallery 1::: Wel zal het volgend studiejaar vast druk worden. Ik word dan een beetje geleefd, verwacht ik. Voor hobby’s heb ik waarschijnlijk minder tijd. Maar dat geeft niet. Ik doe wat ik kan en pak op wat op mijn pad komt. Mijn ouders vinden het leuk om te horen wat ik allemaal doe. Mijn vader, Pieter Verhoeve, heeft ook rechten gestudeerd, en mijn zusje doet deze studie ook. Daardoor hebben we soms thuis van die standaard-rechtengesprekjes, waarvan anderen denken: waar gaat dit over? Ze zijn thuis trots op me, maar dat zouden ze ook zijn als ik vijf dagen per week ramen waste. Ze vinden het vooral leuk dat ik geniet van wat ik doe en op mijn plek zit. Al kom ik nu natuurlijk wel veel minder vaak thuis dan voorheen. Dat is vooral voor mijn jongste zusje van zes wennen. Als ik een keer in het weekend thuis ben, krijg ik altijd tekeningen mee, en strijkkraalwerkjes. Het leuke is dat mijn moeder en ik dit jaar misschien tegelijkertijd onze bachelor afronden. Ik vind het tof dat ik een moeder heb die nog studeert. Ze doet psychologie aan de Open Universiteit en is waanzinnig slim. Soms krijg ik een appje van haar dat ze een hoog cijfer heeft gehaald voor een bepaald vak. Bizar, wat die vrouw doet. Wat ik ook belangrijk vind om te zeggen, is dat ik weet dat het niet vanzelfsprekend is dat ik dit allemaal kan doen. Dat maakt dat ik heel dankbaar ben voor alles wat er op mijn pad komt.”