In onderscheid van de meeste reformatorische christenen heeft ds. J.A. Weststrate minstens twaalf keer per jaar een avondmaalszondag. Drie keer per jaar in zijn eigen gemeente, acht tot tien keer in consulentgemeenten. „Ik was vroeger bang dat het een vanzelfsprekendheid zou worden, maar dat is gelukkig niet het geval. Je nadert tot de Koning der koningen, dat kan niet zomaar. Zelfs op het bezoek aan een aardse koning bereid je je grondig voor. De Statenvertalers geven in een kanttekening aan dat tot het onwaardig eten en drinken ook de avondmaalsgang zonder behoorlijke voorbereiding hoort.” ## In elke eredienst is er toch het naderen tot de allerhoogste Koning? „Absoluut. Elke dienst vraag om voorbereiding. Daarom zonder ik me voorafgaand aan een preek zo mogelijk een uur af om met de voorbereide stof tot de Heere te naderen. Ook de hoorders zijn geroepen zich biddend voor te bereiden op de verkondiging. Hetzelfde geldt voor de doop. Dat sacrament is net zo gewichtig als het heilig avondmaal. Ook bij het doopvont staan we op heilige grond.” ## Toch kennen we geen week van voorbereiding voor de doop? „Zeker bij de ouders zou die er wel moeten zijn. Dat zeg ik ook bij de doopaangifte. Als kind maakte ik een dienst mee waarin ds. Verhoeks de doop bediende. In de toespraak wees hij erop dat de Heere bij de doop bevestigt dat Hij de Getrouwe is, Die doorgaat met het volvoeren van Zijn welbehagen. De belofte van het verbond wordt verzegeld. Dat maakte grote indruk. Vanaf dat moment was de doop geen formaliteit meer voor me. Zelf behandel ik in de toespraak altijd een klein gedeelte van het doopformulier, om de rijkdom van de doop weer te geven. We moeten het ons als predikanten aanrekenen wanneer gemeenteleden de doop van minder betekenis achten dan het avondmaal. In onze Heidelbergse Catechismus worden ze op dezelfde wijze behandeld. Terecht.” Heel treffend vind ik wat beschreven staat in Genesis 35. Toen Jakob op bevel van de Heere terugkeerde naar Bethel, om daar voor Hem een altaar te bouwen, zei hij tegen zijn huisgezin en allen die bij hem waren dat ze de vreemde goden moesten wegdoen en zich moesten reinigen. Bij plechtige godsdienstoefeningen hoort een bijzondere voorbereiding. Met de heilige dingen mogen we nooit oneerbiedig omgaan. Denk aan de geschiedenis van Nadab en Abihu.” ## U beleeft een doopbediening op gelijke wijze als een avondmaalsbediening? „Als predikant ervaar ik wel een zeker verschil, in ieder geval in de beleving. Bij de doop ben ik vooral degene die het sacrament mag bedienen. Bij het heilig avondmaal ben ik tegelijk deelnemer. Nadat ik het brood heb uitgedeeld, ga ik zitten om het ook zelf te eten. Het verschil met de anderen aan de tafel is dan uitgewist. Op dat moment probeer ik net als in de voorbereidingsweek te overdenken wat Christus heeft willen doen. Ook voor mij.” ## Wat is de juiste wijze van voorbereiding op het avondmaal? „Ik neem voor mezelf het avondmaalsformulier als leidraad en adviseer dat ook de gemeenteleden. Onderzoek jezelf aan de hand van de drie stukken. Ken ik iets van het hartelijke berouw over mijn zonden en de vervloeking in mezelf? Is er honger en dorst naar Christus en kan ik buiten Hem niet leven? Is het mijn begeerte om naar al Gods geboden te leven? De vroege ochtend vind ik voor dat onderzoek het geschiktst. Dan is het nog rustig. Ik probeer na te gaan hoe het in mijn leven is gegaan sinds de vorige avondmaalsgang. Zijn er zaken tussen de Heere en mijn ziel die opgeruimd moeten worden? Ligt het vlak met mijn naasten? Is er opwas in de genade? Verspreid ik iets van de geur van Christus? Daarnaast overdenk ik Christus’ lijden en sterven. Wie daar leed, wat Hij leed, voor wie Hij leed. Jesaja 53 blijft een onuitputtelijke bron van meditatie daarover. Ook de gedeelten uit de evangeliën over het lijden van Christus en het onderwijs van Paulus over het avondmaal kunnen daarvoor worden gebruikt. Met het gebed of de Heere erin mee wil komen.” ## Lukt het altijd om goed te bepalen hoe het vanbinnen gesteld is? „Nee, je denkt snel te goed van jezelf. Als je eerlijk bent, blijft er niets over dan een goddeloos mens die in alles zichzelf bedoelt en bij de minste kromming in de weg opstandig wordt. God ziet nog veel meer zonden dan ik. Als dat op je afkomt, blijft er niets anders over dan een buigende, Christus aanklevende, bedelende zondaar, die met de Kananese vrouw smeekt om genadebrood. Eerlijk zelfonderzoek voorkomt dat je de man of vrouw wordt. Christus ontvangt zóndaren. Ooit vroeg ik aan een oude, geoefende christin in Ouddorp wat ze had geleerd in het stuk van de heiligmaking. Haar antwoord was: „Dat ik niet anders kan en wil dan zondigen.” Dat ben ik beter gaan begrijpen. Tegelijk ligt er op de bodem van je hart de begeerte om tot eer van God te leven. Wat geeft dat vaak een nood.” ## Welke geschriften helpen u bij de voorbereiding? „Er zijn in de loop der eeuwen veel waardevolle boeken over het avondmaal verschenen. Van Smytegelt, ds. Mallan, prof. Wisse, Matthew Henry… Ik pak dan het een, dan het ander. Een geschrift dat me bijzonder aanspreekt, is het boekje van Eduard Meiners over de christelijke levenswandel. Onlangs kreeg ik een Engelstalig boekje met avondmaalspreken van Rutherford. Ook dat raakte me.” ## De reformatoren en hun opvolgers benadrukten bij de voorbereiding sterk het wegnemen van geschillen. „Dat krijgt onder ons te weinig aandacht. Helaas worden niet alle conflicten opgelost, maar wat we kúnnen, moeten we doen. Anders mag je niet ten avondmaal. Dat vind ik enorm belangrijk. De boom wordt aan de vrucht gekend. Wie zijn zonde belijdt en laat, zal barmhartigheid verkrijgen. Als je je werkelijk voor Gods aangezicht voorbereidt, is het niet zo moeilijk om de minste te zijn.” ## Op welke wijze geeft u invulling aan de voorbereidingspreek? „Ook daarin is het avondmaalsformulier de leidraad. Dat weef ik door mijn preek heen. Het is een juweel van godsvrucht, dat helder aangeeft wat nodig is om ten avondmaal te kunnen gaan. In alles gefundeerd op het Woord en de ware bevinding.” ## Wat is bevinding? „Bij Archibald Alexander las ik: „Als de Heilige Geest iets vanuit Zijn Woord in je hart legt, zodat het kracht doet.” Dat vind ik een mooie omschrijving. Heeft de Heere ons vanuit Zijn Woord onderwijs gegeven in het werk en de persoon van Christus en zicht op de drie-enige God? Ik wijs ook altijd op de ernst van het avondmaal. Als je nog niet van genade weet en daardoor de dood van Christus niet kunt verkondigen, kun je ook niet sterven. Vervolgens is het aan de gemeenteleden zelf om zich te onderzoeken. In het pastoraat heb ik wel geleerd dat de Heere elk van Zijn kinderen weer anders leidt, al zijn er kruispunten waar ze elkaar ontmoeten. Alle eikenbladen zitten vast aan de eik en hebben dezelfde hoofdstructuur, maar er zijn er geen twee gelijk.” ## Hoe ziet u aangaan uit gehoorzaamheid? „De Heere Jezus heeft gezegd: „Doe dat tot Mijn gedachtenis.” Dat dient voorop te staan. Als je niet kunt ontkennen dat Hij waarde heeft gekregen in je leven, moet je aangaan, ook al doe je het op dat moment alleen op grond van gehoorzaamheid. Ga je keer op keer uit gehoorzaamheid, dan moet je jezelf onderzoeken of het wel goed is. Als je elke natuurlijke maaltijd alleen uit plicht gebruikt, ben je heel ziek. Zo is het nog meer in het geestelijke. Het heilig avondmaal is ook het sacrament van voeding voor een pelgrim die onderweg is. Voedsel voor een hongerige ziel, die aan de tafel met Christus gemeenschap mag hebben.”