Laatst gaf ik een toerustingsavond in een kerkelijke gemeente. Onderwerp was: communiceren met pubers over seksualiteit. Een van de ouders vertelde: „Ik zag pas op de telefoon van onze zoon dat hij iets had opgezocht over zelfbevrediging. Nou, ik heb hem meteen verteld dat hij zoiets nooit meer op mag zoeken!” Einde gesprek. :::author_streamer 1::: De kans dat deze jongen hierover ooit nog in gesprek gaat met zijn ouders, of hierover een vraag stelt, is vrij klein. Directe communicatie kan erg confronterend zijn, zeker in de puberteit. Ze kan voelen als een aanval, waardoor een puber in de verdediging schiet (vechten), een smoes verzint (vluchten), of helemaal dichtslaat (bevriezen). Ook kan er hierdoor een gevoel van onveiligheid ontstaan bij de jongere. Probeer juist indirect te communiceren. Geef een tiener de ruimte om zijn of haar eigen verhaal te vertellen en zet hem of haar niet voor het blok. Communiceer via een omweg. Net als de Heere Jezus deed toen hij de Samaritaanse vrouw ontmoette. Hij zei tegen haar: „Ga heen, roep uw man en kom hier.” De Heere Jezus kende haar verleden, maar liet ruimte aan deze vrouw om daar zelf iets over te vertellen. Geef jongeren ook ruimte, autonomie. Als je denkt dat jouw zoon weleens rookt, confronteer hem er niet direct mee, maar vraag hoeveel jongens er in de klas roken en of hij weleens heeft meegerookt. Je zet hem dan niet voor het blok, maar informeert indirect. Door op deze manier het gesprek aan te gaan, vergroot je de kans op openheid en vertrouwen. Een puber die zich gehoord voelt, zal eerder delen wat er echt speelt. Communicatie draait dan niet om controle, maar om relatie. En juist vanuit relatie kun je richting geven en dichtbij blijven. _Ook een vraag over omgaan met pubers of (seksuele) opvoeding? Stel hem aan Matthijs via: redactie@terdege.nl._