Afgelopen zomer fietste ik met onze twee jongste kinderen door het buitengebied van Heerde. Omdat er een paard was losgebroken uit een weiland, stopte ik om te helpen. Zo kwam ik aan de praat met een vrouw die daar sinds een paar weken woonde. We kenden elkaar nog niet, maar kwamen erachter dat we veel dingen met elkaar gemeen hebben. Ze bleek christelijk te zijn, ook als coach te werken en actief te zijn in de pleegzorg. Mijn dochter luisterde mee. ’s Avonds vertelde ze aan tafel enthousiast over de ontmoeting die we hadden gehad. „Ze was heel aardig en papa en die mevrouw hadden heel veel gemeenschap met elkaar.” Uiteraard zorgde deze uitspraak voor veel gelach aan tafel. Tegelijk was die opmerking meteen een ingang om uit te leggen wat het verschil is tussen ”iets gemeenschappelijk hebben” en ”gemeenschap hebben”. Zo konden we op een ontspannen, bijna luchtige manier een stukje seksuele voorlichting geven. :::author_streamer 1::: Juist zulke onverwachte momenten kunnen helpen om open te spreken over seksualiteit. Want als we eerlijk zijn, is dat soms best lastig. Vaak vragen we ons af: wat vertel ik en wat is het juiste moment? Vertel ik misschien te veel, of juist te weinig? Twee tips. Denk eens terug aan je eigen seksuele opvoeding. Wat heb je gemist, wat had je graag willen horen van je ouders? Ten tweede: stap over het ongemak heen en ga met je kinderen in gesprek, van jongs af aan. Maak van seksualiteit niet iets geks, maar vertel dat God ons zo gemaakt heeft: met dat prachtige cadeau van seksualiteit. Vanuit die waarde. En ja, vertel ze ook de schaduwkant. Want ze komen ermee in aanraking. Laten wij als ouders dan de basis leggen; positief, opbouwend, liefdevol en vooral eerlijk. _Ook een vraag over omgaan met pubers of (seksuele) opvoeding? Stel hem aan Matthijs via: redactie@terdege.nl._ _Matthijs Voskuil is fotograaf, jongerenwerker en integratief coach. Hij werkt onder andere voor het jongerenplatform BasiC._