## Dit heb je nodig - 6 verschillende bedrukte lapjes stof van ca. 40 x 40 cm, in bij elkaar passende kleuren en motieven (voor de voorkant) - 1 lap van ca. 115 x 85 cm in een van de kleuren/motieven die je hierboven ook gekozen hebt (dit wordt de achterkant) - 1 lap van ca. 40 x 60 cm van dezelfde stof als voor de achterkant (voor de brede rand rond de voorkant) - Een aantal stroken van 6 cm breed van dezelfde stof als voor de achterkant. (Deze zijn voor de afwerkrand (bies) rondom, en moeten samen ongeveer een lengte van 3,5 meter hebben.) - 1 lap Aida: witte borduurstof van 80 x 80 cm, ong. 8 kruisjes per cm - 1 lap fiberfill van 115 cm x 80 cm voor tussen achterkant en voorkant (top). - 1 stukje stevig karton of plastic van 12 x 12 cm voor een zelfgemaakt malletje - Borduurzijde in kleur naar keuze - Klosjes naaigaren en quiltgaren in bijpassende kleur - Klosje rijggaren - Borduurnaald, naainaald - Naaimachine, meetlint, schaar, potlood, stukje schilderstape - Optioneel: een velletje schuurpapier (om schuiven bij het omtrekken van de mal tegen te gaan), quiltring, quiltnaaldje, oud laken om je project tijdelijk op vast te spelden, stok of lussen om de quilt aan op te hangen :::inline_image 1::: ## STAP 1 LAPJES KNIPPEN – Leg het kartonnen (of plastic) vierkantje op de achterkant van de witte borduurstof en trek een potloodlijn strak langs de randen rondom. Doe dit 17 keer en laat tussen al die vierkantjes die zo ontstaan, minstens een cm ruimte open. Knip de 17 vierkante lapjes uit, op minimaal een halve cm buiten de potloodranden. Teken en knip op dezelfde manier vierkante stofjes uit elke gekleurde lap. :::inline_image 2::: ## STAP 2 LAPJES BORDUREN – Borduur op 8 van de witte vierkantjes een patroontje (in het voorbeeld zijn het herten) dat je kiest uit een boek of bijvoorbeeld van Pinterest. Borduur op de andere 9 een korte tekst of een vers, liefst in verschillende lettertypes en -groottes, die je ook weer uit een boek of van Pinterest haalt. (Je werkt op de voorkant, dus daar waar je het vierkant van de potloodstrepen niet ziet.) :::inline_image 3::: ## STAP 3 LAPJES AAN ELKAAR – Rangschik alle vierkantjes –vijf hoog, zeven breed– naast en boven elkaar. Wissel de gekleurde lapjes af met de geborduurde, totdat je de verdeling mooi vindt. (Doe dit op een tafel waar ze een poosje kunnen blijven liggen of speld ze tijdelijk op een laken.) Naai de bovenste rij lapjes aan elkaar. door de goede kanten op elkaar te leggen en de zijkanten aan elkaar te spelden, waarbij je de potloodlijnen precies op elkaar vastzet. Volg met je naald en naaigaren met kleine rijgsteekjes de potloodlijnen. Zet de hoekjes met een extra steekje stevig vast. :::inline_image 4::: ## STAP 4 STROKEN AAN ELKAAR – Zitten de bovenste rij vierkantjes aan elkaar. Begin dan aan de volgende rij, totdat je uiteindelijk 5 stroken van 7 vierkantjes hebt. Deze stroken naai je eveneens op de potloodlijnen aan elkaar, alleen nu ónder elkaar. Zo ontstaat er één grote patchworklap. Strijk deze lap op de achterkant netjes glad en haal daarna het strijkijzer op lage stand nog even kort en voorzichtig over de voorkant. :::inline_image 5::: ## STAP 5 RAND ROND VOORKANT – Knip je malletje van karton/plastic nu exact door de helft en maak hiermee –op dezelfde manier als bij stap 1– 24 ‘halve’ blokjes. Zet 2 keer 7 van die blokjes met de korte kanten aan elkaar op de manier van stap 3. De beide stroken die zo ontstaan, naai je aan de boven- en onderkant van je patchworklap. Hetzelfde doe je 2 keer met 5 halve blokjes voor beide zijkanten. Nu maak je nog 4 kleine blokjes voor op de hoeken. Dit doe je door je halve mal nógmaals te halveren en daar 4 vierkantjes mee te tekenen, die je uitknipt. Zodra je deze ‘kwartjes’ onder- en bovenaan beide zijstroken hebt gezet, naai je de ene strook links en de andere rechts aan je patchworklap. Weer even strijken, en de voorkant is klaar. :::inline_image 6::: ## STAP 6 DRIE LAGEN OP ELKAAR – Leg de lap van 115 x 85 cm (de achterkant) op tafel, met de goede kant naar beneden en plak hem op een paar plaatsen met tape vast. Leg de lap fiberfill daarbovenop en vervolgens je ”top” –de patchworklap– met de goede kant naar boven. Zorg dat de fiberfill en de onderste lap aan alle kanten onder de top uitsteken. Zet deze drie lagen –achterkant, fiberfill en top– met grove steken op elkaar vast met rijggaren. Werk telkens vanuit het midden naar de zijkanten en hoeken toe. :::author_streamer 1::: :::inline_image 7::: ## STAP 7 DOORPITTEN – Ga nu met een (quilt)naaldje en quiltgaren (of goede kwaliteit naaigaren) je wandkleed ”doorpitten”: dus kleine stiksteekjes maken door de drie lagen heen. (Het knoopje van je garen kun je door één laag stof heen trekken, zodat het onzichtbaar tussen de lagen blijft zitten.) Volg bij het doorpitten –bijvoorbeeld– lijnen en patronen op de stof. Of stik een lijn van kleine steekjes op een cm afstand van alle vier de zijkanten van een lapje. (Dit laatste zal vooral bij de geborduurde vierkantjes praktisch zijn, omdat het daar lastiger kan worden een patroontje/lijn te volgen.) Een quiltring is handig hierbij. :::author_streamer 2::: :::photo_gallery 1::: ## STAP 8 AFWERKRAND Naai alle stroken van 6 cm breed schuin aan elkaar (zie foto). Knip de hoekjes op een cm afstand van de naad weg en strijk alle naden open. Strijk de strook over de lengte dubbel, waarbij de naden netjes op elkaar naar binnen vallen. Speld de strook –met de open kant naar buiten– langs een zijkant van de quilt, begin in het midden van één kant! Naai de strook vast, maar begin daarmee op zo’n 20 cm van het begin van je strook. Naai tot aan de hoek. Vouw de strook nu in een hoek van 90 graden om, zodat hij níét langs de volgende kant komt te liggen, maar in het verlengde van die volgende kant van je quilt af wijst. Vouw de strook direct terug, zodat hij over de hoek heen langs/op de volgende kant komt te liggen. Daar naai je hem ook vast. :::inline_image 8::: ## STAP 9 AFRONDEN – Laat aan het eind opnieuw 20 cm over. Vouw die twee losse stukjes open en leg ze over elkaar. Laat de stukken strak langs de buitenrand van de quilt lopen, speld ze even vast. Teken op de bovenste strook een schuine lijn en vouw hem hierop dubbel. Doe hetzelfde met de onderste strook, maar ongeveer 2 cm vanaf de vouw van de bovenste. Vouw ook deze dubbel. Speld de potloodstrepen met de goede kanten op elkaar. Naai ze vast. Past de bies precies? Knip dan het laatste eindje af en zet ook dit stukje aan de quilt. Knip het teveel aan stof en fiberfill weg, maar laat genoeg uitsteken om je bies goed mee te kunnen vullen. Vouw de bies om naar de achterkant en begin die dicht te naaien. (Je kunt hierbij de lusjes gebruiken van de steekjes waarmee de bies al vastzit.) Naai door tot aan het eind van de hoek en vouw de bies om, om langs de volgende kant verder te naaien.