„Ik zie soms tranen in iemands ogen, wanneer ik diegene geportretteerd heb. Een geknipt portret is dan ook heel anders dan een foto: je ziet geen rimpels, geen vlekjes. En wanneer zie je jezelf nu van de zijkant? Terwijl die heel specifiek en uniek is.” :::author_streamer 1::: ## Verwondering Sinds 1984 verdient Jeanet haar brood als zelfstandig silhouetknipster. Onder de naam Jeanette Silhouette knipt ze zowel realistische portretten als karikaturen. Ze wordt ingehuurd voor bedrijfs- en familiefeesten en evenementen. Daar is ze meestal mobiel aanwezig; soms richt ze een hoekje in met een tafel, een kruk en natuurlijk papier en een schaar. „Ik ben niet alleen aan het knippen, maar zet een sfeer neer. Met het model en de omstanders ontstaat er een wisselwerking, en die zet ik bewust in. Iemand uit het publiek roept bijvoorbeeld: „Voor hem heb je geen papier genoeg!” Als ik in reactie daarop een heel grote schaar tevoorschijn trek, heb ik de lachers op m’n hand.” Tijdens zo’n ‘optreden’ kleedt Jeanet zich in een artistiek kostuum; bijvoorbeeld als Française, compleet met baret en mooie jurk. „Ik pas me aan bij de sfeer van het gezelschap en de doelgroep. Bij techneuten maak ik andere opmerkingen dan in een groep ouderen.” Ook de achterban van Terdege ontmoet ze zo nu en dan. „Ik word geregeld ingehuurd door bedrijven uit Urk; op dat soort bijeenkomsten wordt er altijd gebeden. Ik merk dat mensen het portretknippen over het algemeen niet kennen. Als ik op een feest of evenement een paar bezoekers heb geknipt, heeft dat een aanzuigend effect. En komen steeds meer mensen naar me toe, en die reageren verrast: „O, wat mooi, wat bijzonder… en zo snel! Kijk eens, ik heb precies de neus van mijn vader…”” :::inline_image 1::: :::author_streamer 2::: ## Typetjes Als kind en tiener was Jeanet „altijd aan het tekenen, tekenen, tekenen. Na schooltijd en… ik moet zeggen… ook onder schooltijd.” Haar ouders stimuleerden haar om zich hierin te ontwikkelen. „Met mijn vader ging ik af en toe buiten tekenen. Zelf had hij er weinig tijd voor, maar dit deden we samen. Als puber begon ik typetjes te tekenen, en figuurtjes met van die grote neuzen. Ik deed ook aan pentekenen en kalligrafie.” Een beslissend moment in Jeanets leven was een bezoekje aan het Museum van Papierknipkunst in Westerbork toen ze zeventien jaar oud was. „Daar ontdekte ik dat ik alles wat ik tekende, ook kon knippen. Thuis heb ik het kromme nagelschaartje gepakt – niet handig natuurlijk, krom – en maakte ik mijn eerste knipsels, gewoon uit een wit A4’tje. Ik knipte twee zwanen met blaadjes eromheen en meer van dat soort dingen. Toen ik jarig was, kreeg ik een echt silhouetschaartje van mijn ouders. En volgens mij ook een boekje: ”Leer knippende zien”. Daarna ben ik steeds meer gaan knippen, vooral dingen uit de natuur.” :::inline_image 2::: ## Expositie Hoe hard haar creatieve hart ook klopte; na de middelbare school startte Jeanet met een opleiding fysiotherapie. Die sloot ze na het derde jaar af met een getuigschrift, aangezien er in die tijd alleen uitzicht was op werk buiten Nederland, en dat zag ze niet zitten. Toen ze drie jaar op een ontwerpbureau werkte, kon ze zich helemaal op de papierknipkunst storten. Ze knipte er zelfontworpen ansichtkaarten en een verjaardagskalender over de seizoenen. Daarna ging ze verder als zelfstandig knipkunstenaar. „Ik probeerde steeds meer opdrachten te krijgen; voor huwelijks- en geboorteknipsels, voor verjaardagen en jubilea. M’n inkomen was magertjes; ik kon er net van leven. Een portret had ze ook weleens geknipt, maar alleen door het eerst te tekenen en nooit live. Dat veranderde toen ze in 1984 exposeerde, en een van de bezoekers een silhouetknipper bleek te willen inhuren. „Ze vroeg: „Doe jij ook aan portretknippen?” Ik weet niet wat er bij me gebeurde, maar ik antwoordde: „Ja, voor wanneer is het?” In de hoop dat ze mijn onzekerheid niet zou opmerken, want ik had het nog nooit live gedaan.” En zo knipte Jeanet in september van dat jaar portretten van de bewoners van zorginstelling Het Dorp, bij Arnhem. „Het was zweten, maar het lukte. Na twee uur kreeg ik de verlossende reactie: „Iedereen is zo blij, wil je over twee weken nog een keer komen?” Met een lach: „„Oh… ja”, zei ik. Toen kreeg ik het gevoel: dit kan ik dus.” Het portretknippen bleek Jeanet te passen als een maatwerkjas. „Ik ging op creabeurzen staan, kreeg contact met reclame- en evenementenbureaus en zo kwamen er steeds meer opdrachten binnen.” Eind jaren tachtig startte ze met een opleiding aan de kunstacademie, die ze begin jaren negentig afrondde. „Ik leerde er onder meer om vrijer te denken, maar de portretknipkunst werd er niet gewaardeerd. Een tijdlang vond ik m’n werk als silhouetknipster op feesten zelfs wat ongemakkelijk. Maar op een gegeven moment heb ik tegen mezelf gezegd: hiermee kan ik mijn geld verdienen en hier wil ik voor gaan.” :::author_streamer 3::: ## Krachtige lijn „Het mooie aan silhouetknippen vind ik onder meer de techniek: het knippen en draaien en iets uit het papier toveren. Dat proces wekt verwondering bij omstanders. Een silhouet is eigenlijk een schaduwbeeld. Ook dat is intrigerend: je ziet alleen de omtrek, en dat heeft een beperking. Een omtrek geeft niet alles prijs en is daardoor interessant om naar te kijken. Je suggereert met alleen de omtrekken een hele wereld; wat ontbreekt, vult je oog zelf in. Nu kun je natuurlijk heel precies gaan knippen, zodat je zo veel mogelijk laat zien, maar je kunt ook juist de kracht van de schaduw benadrukken. Een verschil met een getekend portret is, dat een knipsel in silhouetvorm één geheel is. In een tekening zet je een lijntje hier, een lijntje daar. In een knipsel zit alles aan elkaar vast, en die beperking is de kracht. Als ik een portret knip, houd ik de schaar vrij recht en draai ik met het papier. Dat betekent dat je moet leren om op de kop te kijken en te knippen. Ik start met een leeg vel origamipapier en op dat moment moet ik in feite al weten: daar wil ik naartoe. Knippen is heel definitief: weg is weg. Je kunt het vergelijken met beeldhouwen: je haalt dingen weg, en wat je overhoudt is je kunstwerk. Doordat de snede zo resoluut is, en ook scherp, is hij heel krachtig. Een geknipte lijn is veelzeggend; die moet goed zijn. Met tekenen kun je nog een beetje bijwerken of verdoezelen, maar als je knipt, werk je letterlijk op het scherp van de snede. Je hebt een heel goede en krachtige lijn, of niet.” :::inline_image 3::: ## Zeldzaam beroep Met het silhouetknippen staat Jeanet in een lange traditie. „Voordat de fotografie bestond, was knippen een snelle en goedkope manier om een portret te laten maken. Het verhaal gaat dat in de achttiende eeuw de Franse minister van Financiën, Etienne de Silhouette, de portretknipkunst propageerde bij de adel. Zo zou het woord silhouetknippen zijn ontstaan. Het heeft me altijd bevreemd dat er niet meer beroepssilhouetknippers zijn. Nederland telt er drie en ook in Duitsland, Engeland en België zijn er maar een handvol. Anderen doen het portretknippen voor de hobby; er bestaat ook een heel actieve vereniging voor papierknipkunst. Ik heb dus een zeldzaam beroep, en ik vind het leuk om zo’n oude traditie voort te zetten.”